| De laatste loodjes wegen zwaar |
Gedrag en integraal gezondheidsmanagementVorige maand wierp ik de vraag op hoe je een vastgelopen verzuimbeleid weer vlot trekt. Uit een branche-onderzoek dat ik net heb verricht bleek dat vijftig procent van de bedrijven weer een stijgend verzuim kent. Ik denk daarom dat een aantal van de lezers dat inmiddels ook heeft meegemaakt. De vraag is: wat kan je daar aan doen. Volgens mij is het probleem dat het verzuimbeleid vaak niet is ontworpen als beleid maar als een eenmalig project waarin procedures werden uitgerold, leidinggevenden zijn getraind en de bedrijfsarts op zijn kop heeft gekregen. Verzuim is gedrag en leidinggevenden moeten veeleisen helpen. In de fase daarna gaat het om inzetbaarheid en leefstijl. En ergens gaat daar wat mis. Maar wat?
Onder de reacties hoor ik dat verzuim niet meer zo sexy is. De belangstelling is tanende. Aan de oppervlakte lijkt dat ook wel zo. Maar kijk je beter dan ligt dat toch wat anders. Verzuim is namelijk nooit een algemeen probleem geweest. Zeker niet nu het gemiddelde verzuim 4,5% bedraagt. In alle bedrijven verzuimt 75% van de medewerkers niet of nauwelijks. Het dagelijks beeld is dan: wat wil je dan, er is toch niets aan de hand? De hoogte van het verzuim wordt bepaald door een kleine groep, zeg 15% van de medewerkers. Op kleine afdelingen zijn dat vaak specifieke gevallen met specifieke gecompliceerde problemen. Voor gewone leidinggevenden is dat te moeilijk, te privé of te psychisch. Die laatste loodjes wegen vaak te zwaar. En dat betekent dat het algemene verzuimbeleid moet worden opgevolgd door specifiek verzuimbeleid. Niet de leidinggevenden maar de P&O-adviseurs zijn aan de beurt voor kennisvermeerdering. De les is dat integraal management niet verder reikt dan wat je van leken mag verwachten. Van preventiemedewerkers mag dan een nieuwe actieve rol worden verwacht. Het gaat dan om de aanpak van psychische ziekten, gedragsafwijkingen, gerichte projecten bij afdelingen met zwaar fysiek werk en leren sturen op de grote hoeveelheid aanbieders van hulpdiensten. Wat dat laatste betreft zijn ergonomen, a&o-deskundigen, fysiotherapeuten en coaches bij mij meer favoriet dan psychologen of casemanagers. Bij de eerste vier mag je verwachten dat ze kennis overdragen. En dat is blijvende winst. Van belang is ook dat P-adviseurs hun kennis delen. Intern, maar ook extern. Bij bedrijven waar P-adviseurs regionaal kennis uitwisselen ligt het verzuim altijd lager. Uitwisseling is trouwens sowieso een goed idee want te vaak kom ik preventiemedewerkers tegen die er in hun eentje voor staan en de laatste jaren alleen nog maar met chronisch gecompliceerd leed te maken hebben. Daar worden ze niet vrolijk van. En soms ook minder effectief. De paradox van een gevorderd verzuimbeleid is dus dat juist de overdracht van verantwoordelijkheden aan de lijn in tweede instantie extra kennis en interventiekunde vereist van de staf. Uiteraard wordt daarbij geen hulp geboden door arbodienstverleners: het is hun brood en dat verdienen ze liever zelf. In plaats daarvan bieden ze leefstijl-activiteiten aan. Leuk hoor die handel. En preventief helpt het ook. Soms. Een klein beetje. Een pietsje. Maar wordt het niet weer eens tijd om, nu ieders gedrag in orde is en iedereen de juiste keuzes maakt, weer eens vakkundig naar het werk en de mensen te kijken? Vincent Vrooland |
| Laatst aangepast op maandag 07 februari 2011 01:15 |