| Vakmanschap en het gevoel van “trots” |
|
Bent u wel eens met de tram over het spoor gereden van het open lucht museum in Arnhem? Dan heeft u “trots” met eigen ogen kunnen zien. Direct bij de ingang van het open lucht museum stapt u in een prachtige oude tram. De bestuurders en conducteurs stralen aan alle kanten trots uit. Dit ontwijken kan bijna niet. Bovendien waarschuwen ze voor onveilige situaties, alsof het heel vanzelfsprekend is. De tram brengt u vervolgens naar oude ambachten. Dat wat vroeger met de hand werd gedaan, werd in de 20e eeuw door machines overgenomen. Het openluchtmuseum laat dit proces in volle glorie zien. Het is daarmee een tentoonstelling van vaktrots. Let maar eens op de gezichten wanneer u door het openlucht museum loopt. En kijk dan ook goed naar de kaasmakers, drukkers en papierscheppers. Daar kan geen medewerkers tevredenheidonderzoek, veiligheidsreglement of complimentenmanagement aan tippen. Trots komt van binnen. Trots zit heel diep. Trots kent een historie vanuit het vak. Het stukje trots in uw baan maakt dat u beter werk levert. Trots van mensen is een belangrijke energiebron voor resultaat en vernieuwing of behoud van kwaliteit. Een machine ontwerper is trots op zijn ontwerp wanneer het een goede en veilige machine is. Vakmensen ervaren hun techniek als “hun kindje”. Zo heeft bijna ieder vak zijn eigen specialiteit, en elk vakgebied zijn trots. De arbeidstrots blijkt uit de “passie” voor het werk. Waardering in de vorm van een welgemeend compliment en directe belangstelling dragen hieraan bij. Wilt u hiermee nog vandaag aan de slag? Of wilt u meten in hoeverre uw leidinggevende kan sturen op trots? Kijk dan naar de volgende eigenschappen:
Organisaties weten dat vaktrots en vakmanschap belangrijk zijn voor de bedrijfsresultaten. Toch wordt er in veel organisaties flink bezuinigt op dit vlak. Uit onderzoek in 2011 van de NAAW (bron: www.naaw.nl en www.arbo-online.nl ) blijkt zelfs dat daardoor ook de kwaliteit van arbeidsomstandigheden een negatieve trend laat zien. Een van de oorzaken is dat de hang naar “integratie” van beleid eraan bijdraagt dat managers moeten kiezen tussen investeren en bezuinigen. Dat laatste levert op de korte termijn meer krediet op. Leidinggevende “Jan” krijgt nu eenmaal een schouderklopje wanneer hij met de minimale middelen toch nog voldoet aan de wet. Het management beseft onvoldoende dat het vakmanschap hiermee op een minimaal (veiligheids)niveau afstevent. Het investeren in vakmanschap verdient zich terug. Door kennistoename van efficiëntere en nieuwe werkmethodes, nieuwe technieken of zelfs bevoegdheden (RI&E toetsen). Of kiest u ervoor dat uw klanten of medewerkers zeggen “t ken net”? |
| Laatst aangepast op dinsdag 06 september 2011 19:21 |